Doorwerking nieuwe IFRS standaarden in de RJ

 

De grote veranderingen die momenteel worden doorgevoerd onder IFRS bieden wellicht extra mogelijkheden voor ondernemingen rapporterend onder de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving. De Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) heeft concrete plannen om de mogelijkheden van het bepalen van kredietverliezen te verruimen. Dit is in aansluiting op de nieuwe standaard IFRS9. Daarnaast wordt de verwerking van opbrengsten en gerelateerde kosten conform de principes van IFRS15 mogelijk toegestaan.

 

IFRS9 en IFRS15 leiden mogelijk tot een verruiming van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving. Dit is met name interessant voor ondernemingen waarvan de moedermaatschappij op basis van IFRS rapporteert. Hieronder is de doorwerking van de nieuwe IFRS standaarden op de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving nader beschreven.


Doorwerking van IFRS 9

De door de Europese Unie goedgekeurde nieuwe standaard IFRS9 ‘Financial Instruments’ vervangt de huidige standaard IAS39. Vanaf boekjaar 2018 geldt onder IFRS9 een nieuwe benadering voor het onderkennen van kredietverliezen op leningen en vorderingen. De nieuwe benadering is gebaseerd op verwachte kredietverliezen (‘expected credit loss’-model). De RJ heeft besloten het huidige model in RJ290, dat is gebaseerd op opgetreden kredietverliezen (‘incurred credit loss’-model), te handhaven, maar als alternatief het model van IFRS9 toe te staan.

 

Op grond van de bestaande richtlijn RJ290 worden leningen en vorderingen alleen afgewaardeerd als er objectieve aanwijzingen voor oninbaarheid zijn. Enkel de verwachting dat een debiteur mogelijk niet zou kunnen betalen is in dat geval nog geen indicatie om tot afwaardering over te gaan.

IFRS 9 hanteert het ‘expected loss’-model. Hierbij worden verliezen wel verantwoord zodra deze redelijkerwijs zijn te verwachten.

 

Het voordeel van het ‘incurred loss’-model is dat de controle daarvan objectiever is. De indicatie moet objectief waarneembaar zijn. Het geeft daarmee minder ruimte om het resultaat te sturen. Tijdens de kredietcrisis bleek dit echter niet zo te werken. Hoewel iedereen wanbetaling van grote portefeuilles van hypotheekleningen kon voorzien, lieten de regels van ‘incurred loss’-model niet toe dat banken deze verliezen al verwerkten in de jaarrekening. De financiële positie van banken werd hierdoor te rooskleurig voorgesteld. Om deze onwenselijke situatie in de toekomst te voorkomen presenteert IFRS9 daarom nu het ‘expected loss’-model.

 

De RJ stelt voor het huidige ‘incurred loss’-model in RJ290 te handhaven, omdat deze benadering voor veel bedrijven voldoet. Daarnaast wordt toegestaan het op IFRS9 gebaseerde alternatief toe te passen. Dit is vooral bedoeld om ondernemingen de mogelijkheid te bieden aan te sluiten bij branchegenoten of de eigen moedermaatschappij indien deze IFRS toepast.

 

Het voorstel waarin de benadering van IFRS9 wordt toegestaan is gepubliceerd als ontwerprichtlijn. De RJ zal na enkele jaren de toepassing ervan gaan evalueren. De AFM is kritisch dus het is nog de vraag of en wanneer dit voorstel finale doorgang zal krijgen.


Doorwerking van IFRS 15

De door de EU goedgekeurde nieuwe standaard IFRS15 ‘Revenue from Contracts with Customers’ vervangt per 1 januari 2018 de huidige standaarden IAS18 ‘Revenue’ en IAS11 ‘Constructions Contracts’. De RJ wil de toepassing van IFRS15 in Nederland faciliteren voor rechtspersonen die de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving toepassen.

 

Dit biedt voor bedrijven rapporterend conform de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving de mogelijkheid om opbrengsten en gerelateerde kosten op basis van IFRS15 te verwerken. Dit kan een voordeel zijn om aansluiting te behouden met de moedermaatschappij wanneer deze op basis van IFRS rapporteert. Ook biedt dit bedrijven de mogelijkheid om aan te sluiten bij de verwerking van opbrengsten en gerelateerde kosten die binnen een specifieke sector als gebruikelijk worden beschouwd. Dit is bijvoorbeeld het geval als veel ondernemingen binnen een sector op basis van IFRS rapporteren, maar zelf (uit praktische overwegingen) de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving wordt gehanteerd.

 

Kortom, de RJ heeft de intentie om een nieuwe richtlijn op te stellen voor de verwerking van opbrengsten en gerelateerde kosten die gebaseerd is op de uitgangspunten van IFRS15. De RJ beoordeelt momenteel op welke wijze de bepalingen van IFRS15 kunnen worden opgenomen in de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving. Er is echter nog geen besluit genomen over de precieze inhoud van een (nieuwe) richtlijn.

 

 

Wilt u goed voorbereid zijn op de veranderingen voor 2018? Neem vrijblijvend contact met ons op voor meer informatie. Weet wat er speelt! Wij adviseren u graag over de ontwikkelingen en mogelijkheden die dit biedt voor uw organisatie.