7 Tips om de implementatie van IFRS16 – Leases te vereenvoudigen

De nieuwe lease standaard IFRS16 wordt in 2019 van kracht. IFRS16 verplicht lessees om een schuld en een actief op te nemen op de balans. De schuld reflecteert alle toekomstige lease-betalingen in overeenstemming met de leaseovereenkomst, de presentatie van het actief reflecteert het recht op gebruik van het geleasde object gedurende de overeengekomen leasetermijn.

 

Hoe groter de lease-portfolio, hoe groter de impact is. Voor de meeste bedrijven zal het verzamelen van relevante data, het berekenen van de balansposities en het integreren van nieuwe processen in de organisatie een stevige uitdaging zijn. Hieronder zijn 7 manieren beschreven die de implementatie van IFRS16 kunnen vereenvoudigen.


Tip 1: Short-term lease

Onder IFRS16 kunnen leases met een leasetermijn van maximaal 12 maanden aangemerkt worden als uitzondering. Lessees hoeven in dat geval geen schuld of actief op de balans te verantwoorden. Daarnaast blijven de lease-betalingen verantwoord als kosten in de resultatenrekening en niet als afschrijvingskosten en interestlasten zoals onder IFRS16 het geval zou zijn.


Tip 2: Low-value assets

Activa met een nieuwwaarde tot EUR 5.000 zijn optioneel vrijgesteld van IFRS16. Voorbeelden hiervan zijn de lease van laagwaardige IT apparatuur, kantoorartikelen of meubilair. Door gebruik te maken van deze vrijstelling is verantwoording van balansposities niet nodig. Leasekosten blijven in dat geval ongewijzigd verantwoord in de resultatenrekening.


Tip 3: Definitie van een lease

IFRS16 zorgt voor een verandering in de definitie van een lease. Onder de nieuwe standaard bevat een contract alleen een lease op het moment dat de lessee het recht heeft op gebruik van het actief. Het recht op gebruik van het actief kent twee cumulatieve vereisten.Ten eerste betreft dit het verkrijgen van alle economische voordelen die voortvloeien uit het gebruik en ten tweede zeggenschap over het gebruik. Zeggenschap over het gebruik houdt in dat de lessee alle rechten heeft om de operationele activiteiten van het actief te bepalen zonder enige restricties van de lessor. Indien er contractuele restricties aanwezig zijn, heeft de lessee niet de (volledige) zeggenschap over het gebruik en is er geen sprake van lease. Door huidige contracten opnieuw te beoordelen kunnen bestaande restricties in gebruik leiden tot  andere conclusies voor wat betreft de lease classificatie. Met andere woorden, restricties in bestaande contracten kunnen aanleiding geven om IFRS16 niet te hoeven toe te passen. Het kan daarom de moeite zijn om de huidige leasecontracten nog eens kritisch door te nemen.


Tip 4: Non-lease componenten

Sommige overeenkomsten bevatten naast lease ook andere goederen of diensten (niet-lease componenten). Een voorbeeld hiervan is de huur van een pand inclusief servicekosten. Onder IFRS16 is een praktische toepassing mogelijk die toestaat dat zowel de lease component als de niet-lease componenten als één lease behandelt wordt. Ondanks dat dit de waarde van de verplichting en het actief doet stijgen kan dit voor lessees een praktische overweging zijn. Wanneer de lease-component en niet-leasecomponent(en) niet los zijn gedefinieerd of er geen waarneembare prijzen beschikbaar zijn voor non-lease items, dan kan het eenvoudiger zijn om beide als één lease te behandelen.


Tip 5: Zelfde discount rate voor soortgelijke leases

De lease verplichting wordt berekend door alle toekomstige betalingen contant te maken. De disconteringsvoet die hierbij gehanteerd wordt zal in veel gevallen de incrementele rentevoet zijn. In de praktijk kan het erg lastig en tijdrovend zijn om deze te bepalen. Er zal immers rekening gehouden moeten worden met de waarde van het actief, martkomstandigheden en risico’s. Dit dient ook nog eens voor iedere lease afzonderlijk bepaald te worden. IFRS16 biedt de mogelijkheid om voor soortgelijke leases dezelfde disconteringsvoet te hanteren.


Tip 6: Het actief gelijkstellen aan lease verplichting

IFRS16 biedt verschillende mogelijkheden om het actief (recht op gebruik) te berekenen op transistiedatum. De meest eenvoudige methode is door deze op transitiedatum gelijk te stellen aan de lease verplichting. Ondanks dat dit leidt tot een hogere waarde van het actief en dus hogere afschrijvingskosten kan dit in veel situaties aantrekkelijk zijn om te hanteren. Er hoeft immers maar één berekening gemaakt te worden wat een aanzienlijke tijdbesparing kan opleveren.


Tip 7: Toepassen ‘modified retrospective approach’

Op de transitiedatum zijn er twee mogelijkheden om IFRS 16 te implementeren. Dit zijn de zogenaamde ‘full’ en ‘modified’ retrospective approach. Bij de ‘full retrospective approach’ worden vergelijkende cijfers aangepast en dient er een derde balans gepresenteerd te worden, in overeenstemming met IAS1. Dit is aanzienlijk arbeidsintensiever dan de ‘modified retrospective approach’. Hierbij worden namelijk de vergelijkende cijfers niet aangepast, het verschil wordt per transitiedatum direct in het eigen vermogen geboekt. Dit betekent dat er geen berekeningen voor het vergelijkende jaar uitgevoerd hoeven worden en de presentatie van een derde balans conform IAS1 niet nodig is.

 

Wilt u klaar zijn voor IFRS16 in 2019? Neem vrijblijvend contact met ons op voor meer informatie. Wij hebben reeds ervaring opgedaan met de implementatie van IFRS16 bij diverse organisaties. Onze ervaring omvat het hele proces van initiatie van de implementatie tot aan de ingebruikname binnen de organisatie.